Achmea, VGZ en CZ: GGZ stijgt 0% ipv 2,5% regeerakkoord
Achmea, VGZ en CZ zetten in op nul procent groei voor de curatieve ggz, terwijl het hoofdlijnenakkoord nog rept van 2,5 procent. GGZ Nederland vindt het bizar dat verzekeraars zich niet aan het hoofdlijnenakkoord houden. In het bestuurlijk akkoord van verzekeraars, zorgaanbieders en het ministerie van VWS is 2,5 procent volumegroei afgesproken, exclusief de zogeheten OVA-ruimte, de indexering van de stijging van de lonen. De kwestie is actueel, nu de Tweede Kamer nadenkt over een voorstel van minister Schippers om de Zorgverzekeringswet zó te veranderen dat verzekeraars bij gebruik van niet-gecontracteerde zorg mogen besluiten om niets te vergoeden.
Zorgverzekeraars zetten ggz op nullijn
Achmea, VGZ en CZ zetten in op nul procent groei voor de curatieve ggz, terwijl het hoofdlijnenakkoord nog rept van 2,5 procent. GGZ Nederland vindt het bizar dat verzekeraars zich niet aan het hoofdlijnenakkoord houden. In het bestuurlijk akkoord van verzekeraars, zorgaanbieders en het ministerie van VWS is 2,5 procent volumegroei afgesproken, exclusief de zogeheten OVA-ruimte, de indexering van de stijging van de lonen. Bij de start van de onderhandelingen over de zorginkoop 2013 in het afgelopen najaar bleek dat zorgverzekeraars echter uitgingen van nul procent groei. Het conflict liep zo hoog op dat de brancheorganisaties GGZ Nederland en Zorgverzekeraars Nederland begin dit jaar een factsheet hebben opgesteld over de uitgangspunten voor de zorginkoop curatieve ggz. In deze set spelregels, in het bezit van Zorgvisie, staat dat er voor 2013 en 2014 ruimte is voor maximaal 2,5 procent uitgavengroei en 2,68 procent voor de OVA-ruimte. Daarmee zou de totale groei neerkomen op 5,18 procent.
Onvoorziene kosten
Maar nu blijkt dat zorgverzekeraars zich bij de regionale onderhandelingen weinig gelegen laten aan dit factsheet. Ze stellen dat de cijfers wel kloppen op macroniveau, maar dat het factsheet geen rekening houdt met extra kosten waarvoor verzekeraars wel moeten opdraaien, maar die ze lastig kunnen beïnvloeden. Het gaat in de eerste plaats om restitutiekosten. Dat zijn declaraties van verzekerden die naar niet-gecontracteerde zorgaanbieders gaan. Die rekeningen komen vaak pas een jaar later binnen. Verzekeraars zijn verplicht die rekeningen te betalen. Deze onvoorziene kosten zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de onstuimige groei van de ggz de afgelopen jaren.
Overschrijdingen 2012
Daarnaast wordt er volgens verzekeraars geen rekening gehouden met zorg in het buitenland. Ook de kosten voor dyslexie vallen onder de ggz. Daarvoor is 26 miljoen euro begroot, maar de werkelijke kosten zijn waarschijnlijk twee keer zo groot. Verder houden de verzekeraars rekening met overschrijdingen in 2012 die ook ten laste van het macrokader van 4243 miljoen euro vallen.
OVA-ruimte
Van de vier grote verzekeraars is Menzis de enige die een geringe volumegroei toestaat. 'Er zijn relatief weinig nieuwe ggz-aanbieders in ons werkgebied', legt een woordvoerder uit. 'Inclusief de OVA-ruimte komen wij uit op 3,75 procent groei.' Achmea reserveert 0,75 procent voor de OVA-ruimte, VGZ en CZ gaan uit van nul procent. Achmea, VGZ en CZ geven aan geen geld te willen overhouden. Mochten de onvoorziene kosten meevallen, dan krijgen ggz-aanbieders later in 2013 alsnog extra geld.
In strijd met hoofdlijnenakkoord
GGZ Nederland vindt de opstelling van de individuele verzekeraars onbegrijpelijk en in strijd met het hoofdlijnenakkoord. 'Het is een valse start', verklaart directeur Paul van Rooij. 'Het is bizar dat er discussie is over volumegroei en de OVA-ruimte. Daar zijn op landelijk niveau afspraken over gemaakt en daar moeten de verzekeraars zich gewoon aan houden. Samen met de Nederlandse Zorgautoriteit en ZN hebben we vastgesteld dat er landelijk beperkte overschrijdingen zijn bij vrijgevestigden. Als verzekeraars problemen hebben met de declaraties van vrijgevestigden, dan moeten ze dat met hen oplossen. Iedereen moet zijn afspraken nakomen.'
http://www.zorgvisie.nl/Financien/Nieuws/2013/2/Zorgverzekeraars-zetten-ggz-op-nullijn-1180036W/?cmpid=NLC|zorgvisie|2013-02-20|Zorgverzekeraars_zetten_ggz_op_nullijn
====CATALYSE IS NIET BETROKKEN BIJ DE INHOUD VAN DE EXTERNE NIEUWSVERSLAGEN. NEEM CONTACT MET ONS OP OM TE KIJKEN HOE DEZE ONTWIKKELING PAST IN DE TOEKOMST VAN DE ZORG EN DE ZORGFINANCIERING EN HOE ORGANISATIES ZICH DAAROP VOOR KUNNEN BEREIDEN ========
ZIE OOK:
Scherpe inkoop verzekeraar in curatieve GGZ: 75% tot 95% van de maximumprijs
NZa, Datum nieuwsfeit: 21-02-2013
Selectieve inkoop moet nog op gang komen
Zorgverzekeraars kopen steeds scherper in bij aanbieders van curatieve GGZ. Dat blijkt uit de marktscan GGZ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Verzekeraars hebben de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg verlaagd en maken stevige omzetafspraken. De uitgaven aan curatieve GGZ lijken in prognoses voor het eerst te dalen, waar ze vorige jaren nog fors stegen. Het selectief inkopen op kwaliteit komt nog niet zo van de grond.
De NZa brengt jaarlijks een marktscan uit waarin ze zowel naar de curatieve (kortdurende) GGZ uit de Zorgverzekeringswet als naar de langdurende GGZ uit de AWBZ kijkt.
Curatieve GGZ
Verzekeraars hebben vorig jaar scherpere prijzen voor curatieve GGZ gecontracteerd in hun verzekeringspolissen: 75% tot 95% van de maximumprijs. In 2011 was dat nog 90 - 95%. Ook op andere vlakken kijken verzekeraars naar kosten: er komen steeds meer afspraken over de maximale omzet van vrijgevestigde GGZ-aanbieders. Voor niet-gecontracteerde zorg wordt de vergoeding steeds lager: in de tweedelijns GGZ-zorg vergoeden verzekeraars soms 60% van de prijs.
Hoewel verzekeraars scherper inkopen, zouden zij vaker kwaliteit kunnen meewegen bij het selecteren van aanbieders in de GGZ. Verzekeraars vragen wel meer kwaliteitsinformatie op, maar betrekken dit nog niet vaak bij hun inkoop.
De trendbreuk in de uitgaven aan GGZ heeft onder andere te maken met de kortingsmaatregel van 5,55% in 2012, een hogere eigen bijdrage voor eerstelijns psychologische zorg en het invoeren van een eigen bijdrage voor tweedelijns psychologische zorg. Daarnaast zijn er in 2012 diverse pakketmaatregelen doorgevoerd. Ook lopen verzekeraars meer risico nu vergeleken met vorige jaren. Bij de prognoses van verzekeraars zijn de uitgaven aan niet-gecontracteerde zorg nog niet volledig meegerekend.
Voor verzekerden moet klip-en-klaar zijn wat verzekerde zorg is en wat niet en welke aanbieders hun verzekeraar vergoedt en welke niet. GGZ-aanbieders en verzekeraars moeten hier voorafgaand aan de behandeling duidelijk over zijn. De NZa heeft in 2013 maatregelen genomen in haar regels om hier duidelijkheid in te scheppen en tegelijkertijd onterechte declaraties te beperken. Zo is het verschil tussen verzekerde en onverzekerde zorg duidelijk gemaakt in het DBC-systeem. De NZa bekijkt op dit moment nog hoe zij in haar regelgeving het risico op onterechte declaraties nog meer kan beperken. Daarvoor is duidelijkheid nodig in de aanspraken, onder andere CVZ doet hier op dit moment onderzoek naar.
Langdurende GGZ
Voor de langdurende GGZ, de zorg die nu onder de AWBZ valt, geldt een heel ander beeld. De uitgaven stegen daar in de afgelopen twee jaar met 25 procent. Dat is voor het grootste deel te verklaren omdat in de tarieven extra middelen voor `handen aan het bed' zijn verwerkt. De NZa verwacht dat de stijging eenmalig is omdat het om incidentele middelen gaat. De inkoop in de langdurende GGZ kan scherper. De zorgkantoren bedongen dit jaar, ondanks extra budgetruimte, nog weinig korting op de tarieven. De NZa blijft dit monitoren.
http://www.nieuwsbank.nl/inp/2013/02/21/T435.htm
ZIE OOK:
Verzekeraars letten scherp op prijzen ggz
Medisch Contact, 22 februari 2013
Auteur Joost Visser
Steeds meer verzekeraars vergoeden in de tweedelijns-ggz niet meer dan 60 procent van de niet-gecontracteerde zorg. Dat staat in de marktscan geestelijke gezondheidszorg 2012 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Waren er in 2011 nog drie verzekeraars die slechts 60 procent van de kosten vergoedden als een verzekerde gebruik maakte van niet-gecontracteerde zorg, in 2012 waren dat er al zeven. In 2011 vergoedden 19 verzekeraars minstens 80 procent van de kosten, een jaar later nog maar 12.
De kwestie is actueel, nu de Tweede Kamer nadenkt over een voorstel van minister Schippers om de Zorgverzekeringswet zó te veranderen dat verzekeraars bij gebruik van niet-gecontracteerde zorg mogen besluiten om niets te vergoeden. De vrije artsenkeuze komt dan in het geding, is de vrees. Maar in de praktijk mag het al: volgens een NZa-beleidsregel van maart 2012 mogen de zorgverzekeraars bij niet-gecontracteerde zorg hun verzekerden ‘niet niets’ uitkeren.
Verzekeraars bedongen in 2012 scherpe prijzen in de ggz, zo blijkt uit de marktscan. Betaalden zij in 2011 bij niet-gebudgetteerde aanbieders gemiddeld nog 90 tot 95 procent van het maximale dbc-tarief, een jaar later was dat tussen de 75 en 95 procent. Ook komen er steeds meer afspraken over de maximale omzet van vrijgevestigde ggz-aanbieders. Hoewel verzekeraars dus scherper inkopen, zouden zij vaker kwaliteit kunnen meewegen bij het selecteren van ggz-aanbieders, vindt de NZa. ‘Zij vragen wel kwaliteitsinformatie op, maar betrekken dit nog niet vaak bij hun inkoop.’
De uitgaven voor de langdurende ggz, die nu nog onder de AWBZ valt, stegen in 2012 met 13 procent, een jaar eerder met 10 procent. Dat komt vooral doordat extra middelen voor ‘handen aan het bed’ in de tarieven zijn verwerkt.
Joost Visser
http://medischcontact.artsennet.nl/nieuws-26/nieuwsbericht/128491/verzekeraars-letten-scherp-op-prijzen-ggz.htm
